Gedichten
Gedichten over uilen
Een verzameling gedichten over uilen, bijgedragen door diverse auteurs.
W. Snoek
Een uil zweeft over het weiland,
stil en zeker als de nacht.
Muizen wachten onbewust
op wat de roofvogel brengt.
Uil roest — Loes Westgeest
Een grote uil roest onder de goudenregen,
gestoord door een drukke eekhoorn.
De uil trekt zich er niets van aan —
een uil lust graag eekhoorn.
Wat de ransuil denkt — Loes Westgeest
Vanuit zijn nest kijkt hij naar beneden
terwijl vrijwilligers een kunstmand ophangen.
”Dank u,” denkt hij misschien,
of misschien helemaal niets.
Over steenuilen — Wim
Ze groeiden op, de vier kleine uiltjes,
en op een dag — waren ze weg.
De kast leeg, de boom stil.
Volgend jaar weer.
Olympische vlucht — coste, 01-08-2012
Willemijn de bosuil, vrijgelaten,
steeg op als een olympiër.
Weken in het asiel — voorbij.
De boom wacht.
Vertrouwen — Esmee de Koning, 12 jaar, Steenbergen
Op een paal zat een steenuil,
klein en bruin en trots.
Helaas een bedreigde soort —
maar hij wist het niet.
Braakballen — Jeroen Westgeest
Haar vacht, zijn botjes,
netjes opgeruimd.
De uil braakte het uit
en vloog verder.
De steenuil — Loes Westgeest
‘s Nachts jaagt de moeder op wormen,
overdag warmt ze de eieren.
Na achtendertig dagen
verlaten de kleintjes het hol.
‘n uiltje knappen — Georgie A. Dankers, De Uitstraling, week 34, 2011
Ze houden hem gevangen op festivals,
bij kaarslicht, voor de show.
Maar uilen zijn geen huisdieren —
laat ze gaan.